‘The soil is mister Hugo’

06/03/17
Image: 

31 december 2016, een mooie dag met motiverende en warme gesprekken om een turbulent jaar mee af te sluiten. We trekken naar Blankenberge voor een bezoek aan de familie Badawi. Het gezin ontvangt ons met open armen voor een gesprek over huisvesting. ‘Kom binnen, kom binnen! Mijn huis is uw thuis’. Komt die zin je ook bekend voor?

Abdaleazim en Sana Badawi vluchtten samen met hun drie kinderen vijf jaar geleden uit Soedan. ‘We zijn gevlucht voor de traditie van de vrouwenbesnijdenis in ons land. Toen mijn dochter tien jaar was, werden we geconfronteerd met geweld en discriminatie, omdat we weigerden deel te nemen aan die traditie. Uiteindelijk zijn we gevlucht.’ Na vijf maanden werden ze erkend. De eerste zes maanden verbleven ze in een opvangcentrum in Dinant. Aan hun verblijf in het centrum denken ze met tegenzin terug. ‘Sommige mensen in het centrum waren niet vriendelijk. Zo werd mijn dochter eens gebeten in de kin door een man met mentale problemen.’

Ze wilden er zo snel mogelijk weg. Twee maanden en een half zocht de familie Badawi intensief naar een woning, maar dat bleek absoluut geen evidentie. ‘Omdat we vluchtelingen zijn en een leefloon krijgen van het OCMW.’ Bovendien voeden ze drie kinderen op, wat het niet makkelijker maakte. Met hulp van vrijwilligers uit het centrum vonden ze uiteindelijk een appartement. Anderhalf jaar later verhuisden ze naar een huis in Dinant met meer ruimte, maar dus ook meer kosten. ‘De huur was heel hoog voor iemand die geen werk vindt. Dit was een moeilijke periode voor mij, echt heel moeilijk. Ik zocht naar werk, maar ik kreeg geen kans.’ Gelukkig kregen ze hulp van vrijwilligers die hielpen voorzien in de basisbehoeften van het gezin. Daar bleef het niet bij. Toen ze wilden verhuizen naar Blankenberge kregen ze geld voor het huren van een verhuiswagen. Abdaleazim is deze groep mensen meer dan dankbaar. ‘Ik heb nog steeds hun adres en rekeningnummer. Ik heb mezelf beloofd dat ik hen het geld ooit teruggeef.’

Ons gesprek wordt onderbroken voor een paars traditioneel Soedanees drankje, een mix van ananas en rozebottel. Omdat het huis in Dinant te duur uitviel gingenn ze op zoek naar betaalbaarder woning.  Blankenberge was volgens kennissen de place to be. Maar ook daar stonden verhuurders niet meteen te wachten op een vluchtelingengezin met een leefloon. Ze schreven zich in bij een immobiliënkantoor, maar verwachtten zelf weinig respons.

Maar al snel bleek dat de wonderen de wereld niet uit zijn voor de Badawi’s. Een verhuurder toonde zich bereid zijn woning aan hen te verhuren. Ze geloofden hun oren niet. ‘We zijn naar het kantoor gerend!’ De eigenaar zocht iemand die het appartement goed zou onderhouden. ‘ I’m a decoration guy.’ zegt Abdaleazim. In Soedan werkte hij in de interieursector. Abdaleazim wilde niets liever dan het huis nieuw leven in blazen. Voor het gezin was Hugo Pietermans, de verhuurder van het appartement,  ‘the light in the darkness.’ Hij bood hen het warme en veilige nest waar ze sinds hun komst in 2012 naar op zoek waren. ‘If you want to plant a nice tree, you have to plant it in good soil. The soil is mister Hugo and we are the plant.’

Hoe kijken ze terug op de zoektocht naar een huis? ‘Toen we hier aankwamen dachten we dat we geen schijn van kans maakten, maar we moesten het proberen. Misschien opende er toch een deur voor ons. Niet iedereen denkt hetzelfde.’ Sana, zijn vrouw, mengt zich voor het eerst in het gesprek. Ze is nooit bang geweest voor discriminatie en vooroordelen. ‘Toen we hier aankwamen verwelkomden de mensen ons meteen. In het centrum gaven ze ons eten, een bed en kleren.’ Ze begrijpt waarom verschillende landen de grenzen sluiten en mensen bang zijn. ‘Er zijn nu eenmaal slechte mensen op de wereld.’ Zij betreurt het vooral dat die minderheid een slecht beeld creëert over de meerderheid. ‘Ik ben ook een moslim, maar ik ben niet slecht.’

Er komt geen einde aan de verwennerij. We krijgen een zoet hapje met veel room, een suikerbom waarvan je lichaam gaat trillen. Voor Sana en Abdaleazim is het belangrijk dat we kennis maken met elkaar. ‘Geef de mensen gewoon een kans om te laten zien wie ze zijn. Zo kunnen vooroordelen weggewerkt worden.’ Daarom probeert Abdaleazim zoveel mogelijk kennis te maken met zijn buurt en biedt hij zijn hulp aan waar nodig. ‘Nu weten ze dat ik een goed persoon ben. Respect moet je verdienen.’

Voor we afscheid nemen wil Abdeleazim nog iets kwijt. ‘Ik wil iedereen bedanken die vluchtelingen een kans heeft gegeven. Ook al weet je niet waar iemand vandaan komt, geef ze een kans, want je weet niet wat ze allemaal hebben meegemaakt.’